|
De Qoer'aan is een plagiaat van de Bijbel
Vraag: Is het niet waar dat de Profeet Mohammed (saws) de Qoer'aan heeft
gekopieerd van de Bijbel?
Antwoord:
Veel critici zeggen dat de Profeet Mohammed (saws)
zelf niet de schrijver was van de Qoer'aan maar het
leerde en /of kopieerde het van andere menselijke bronnen of van vroegere
geschriften of openbaringen.
1. MOHAMMED (saws) LEERDE DE
QOER'AAN VAN EEN ROMEINSE HOEFSMID, DIE EEN CHRISTEN WAS.
Sommige heidenen beschuldigde de Profeet ervan dat hij de Qoer'aan leerde van een Romeinse hoefsmid, die een Christen
was en verbleef in de buitenwijken van Mekka. De Profeet ging vaak bij hem
kijken hoe hij zijn werk deed. Een openbaring van de Qoer'aan
was genoeg om deze beschuldiging te verwerpen. De Qoer'aan zegt in Soerah An-Nahl, hoofdstuk 16, vers 103:
"En voorzeker, Wij weten dat zij zeggen: 'Voorwaar,
het is slechts een mens die hem onderwijst.' De taal van degenen waar zij
valselijk naar verwijzen is vreemd, maar dit is een duidelijke Arabische taal"
(Qoer'aan 16:103)
Hoe kan een persoon wiens moeders
spraak buitenlands was en moeilijk een beetje gebroken Arabisch sprak, de bron
zijn van de Qoer'aan, die puur, welsprekend en fijn
Arabisch is? Om te geloven dat een hoefsmid de Profeet de Qoer'aan
onderwees, is zo ongeveer gelijk aan het geloven dat een Chinese immigrant naar
Engeland, die nauwelijks Engels sprak, Shakespeare
onderwees.
2. MOHAMMED (SAWS) LEERDE HET VAN WARAQA- EEN FAMILIELID VAN
KHADIJAH (RA)
Mohammad's (saws) contacten met de Joodse en de Christelijke geleerden
was erg gelimiteerd. De meest prominente Christen die hij kende was een oude
blinde man, genaamd Waraqa ibn-Naufal,
een familielid van de eerste vrouw van de Profeet, Khadijah
(ra). Alhoewel hij van Arabische afkomst was, is hij
bekeerd tot het Christendom en was welbekend met het Nieuwe Testament. De
Profeet (saws) heeft hem slechts twee keer ontmoet.
De eerste keer was toen Waraqa in aanbidding was in
de Ka'aba (voor de Profetische missie) en hij kuste
liefdevol het voorhoofd van de Profeet (saws). De
tweede ontmoeting was toen de Profeet op bezoek ging bij Waraqa
nadat hij zijn eerste openbaring had ontvangen. Waraqa
stierf drie jaar later, en de openbaringen gingen nog 23 jaar door. Het is dus
idioot om aan te nemen dat Waraqa de bron van de
inhoud van de Qoer'aan was.
3. DE RELIGIEUZE DISCUSSIE VAN DE PROFEET MET DE JODEN EN DE
CHRISTENEN
Het is waar dat de Profeet religieuze discussies had met de
Joden en de Christenen, maar ze vonden plaats in Medinah,
meer dan 13 jaar nadat de openbaringen van de Qoer'aan
waren gestart. De beschuldiging dat deze Joden en Christenen de bron waren is
belachelijk, omdat in deze discussies de Profeet (saws)
de rol van leraar of een preker vervulde, terwijl hij de anderen aan het
uitnodigen was om de Islam te omarmen. En hij zei ook dat zij (de Joden en de
Christenen) hun echte leerstellingen van het Monothesme hadden verlaten.
Diverse van deze Joden en Christenen bekeerden zich later tot de Islam.
4. DE PROFEET (SAWS) LEERDE DE QOER'AAN VAN DE JODEN EN
CHRISTENEN DIE HIJ HAD ONTMOET BUITEN ARABIË.
Alle historische verslagen die er zijn, laten zien dat Mohammed
(saws) alleen maar drie reizen heeft gemaakt buiten Arabi, voor zijn Profeetschap:
i. Op de leeftijd van 9 jaar, vergezelde
hij zijn moeder naar Medinah
ii Tussen de leeftijd van 9 en 12,
vergezelde hij zijn oom Abu-Talib op een zakenreis
naar Syri.
iii Op de leeftijd van 25, leidde hij Khadijah's karavaan naar Syri.
Het is toch niet voor te stellen dat de Qoer'aan
een resultaat is van de incidentele gesprekken die hij heeft gevoerd met de
Christenen of Joden op n van de hierboven vermelde reizen.
5. LOGISCHE ARGUMENTEN DIE BEWIJZEN DAT DE PROFEET DE QOER'AAN
NIET HEEFT GELEERD VAN DE JODEN OF CHRISTENEN.
i. Het dagelijkse leven van de Profeet was
als een open boek voor iedereen. Er is zelfs een openbaring gekomen om de
mensen te vragen, de Profeet wat meer privacy te geven in zijn eigen huis. Als
de Profeet mensen zou ontmoeten, die hem zouden leren om te zeggen wat de
openbaring van God zou zijn, dan zou dit niet lang geheim
kunnen blijven.
ii. De extreem
prominente adelen van de Quraish, die de Profeet
volgden en de Islam accepteerden waren zeer wijze en intelligente mannen, die
makkelijk zouden kunnen opmerken als er iets verdachts zou wezen in de wijze
waarop de Profeet (saws) de openbaringen op hun
overbracht - en helemaal omdat de openbaringen 23 jaar duurden.
iii. De vijanden van de Profeet hielden hem
goed in de gaten, zodat ze een bewijs konden vinden voor hun aantijging dat hij
een leugenaar was. Ze konden zelfs niet het kleinste moment naar voren brengen,
waarin de Profeet geheime ontmoetingen zou hebben gehad met vooral Joden en
Christenen.
iv. Het is ondenkbaar dat elke menselijke
auteur van de Qoer'aan de situatie zou hebben
geaccepteerd, waarin hij geen lof zou krijgen voor het schrijven van de Qoer'aan.
Dus, historisch en logisch kan het niet worden bewezen dat er
een menselijke bron is voor de Qoer'aan.
6. MOHAMMED (SAWS) WAS EEN ANALFABEET
De theorie dat Mohammed (saws) zelf de
auteur van Qoer'aan was of hem kopieerde van andere
bronnen kan worden ontkracht door het enige historische feit, dat hij een
analfabeet was.
Allah getuigt Zelf in de Qoer'aan
In Surah Al-Ankaboet,
hoofdstuk 29, vers 48
"En daarvoor heb jij nooit een boek gelezen, en jij hebt nooit
iets ervan met je rechterhand geschreven. Anders zouden de ontkenners zeker
twijfelen." [Qoer'aan 29:48]
Allah (swt) wist dat er velen zouden
twijfelen aan de authenticiteit van de Qoer'aan, en
het zouden toeschrijven aan de Profeet Mohammed (saws).
Daarom koos Allah, met zijn Goddelijke Wijsheid, een 'Ummi'
(analfabeet) om de laatste Profeet te zijn, zodat de twijfelaars niet de minste
rechtvaardiging hadden om te twijfelen aan de Profeet. De beschuldigingen van
zijn vijanden, dat hij de Qoer'aan had gekopieerd
vanuit andere bronnen en het allemaal had vormgegeven in een mooie taal, had
enig gewicht kunnen hebben, maar deze kwetsbare valse beschuldiging is een
waanbeeld van de ongelovige en de cynicus.
Allah bevestigd in de Qoer'aan in Surah Al-A'raf, hoofdstuk 7, vers
157:
"(Zij zijn) degenen die de Boodschapper van Allah volgen, de
ongeletterde Profeet waarover bij hen, in de Taurat
en in de Indjiel, geschreven is."
De voorspelling van de komst van de ongeletterde Profeet (saws) staat ook vermeld in de Bijbel, in het boek van Jesajah, hoofstuk 29, vers 12
"Of men geeft het Boek aan hem, die niet lezen kan." [Jesajah, 29:12]
7. DE ARABISCHE VERSIE VAN DE BIJBEL WAS ER NOG
NIET
De Arabische versie van de Bijbel was er nog niet in de tijd van
de Profeet Mohammed (saws). De eerste Arabische
versie van het Oude Testament is dat van R. Saadias
Gaon, 900 NC - meer dan 250 jaar na de dood van onze geliefde Profeet. De oudste Arabische versie van het
nieuwe testament werd gepubliceerd door Erpenius in
1616 nc - ongeveer 1000 jaar na het overlijden van
onze Profeet.
8.DE OVEREENKOMSTEN
IN DE QOER'AAN EN DE BIJBEL ZIJN HET GEVOLG VAN EEN GEMEENSCHAPPELIJKE BRON.
Overeenkomsten tussen de Qoer'aan en
de Bijbel hoeft niet meteen te betekenen dat de latere moet zijn gekopieerd van
de eerdere. Eigenlijk geeft dit het bewijs dat beiden zijn gebaseerd op een gemeenschappelijke
derde bron; alle goddelijke openbaringen kwamen van dezelfde bron - de Ene
Universele God. Wat voor menselijke veranderingen er ook in deze Joodse, Christelijke
en andere oudere religieuze geschriften zijn aangebracht, er zijn een aantal
plekken onaangetast gebleven van verandering en zijn dus hetzelfde in vele
religies.
Het is waar dat er sommige overeenkomsten zijn tussen de Qoer'aan en de Bijbel, maar dit is niet voldoende om
Mohammed (saws) ervan te beschuldigen dat hij heeft
verzameld of gekopieerd van de Bijbel. Dezelfde logica zou
dan ook kunnen gelden voor Christenen en de Joden, en dan zou men dus verkeerd
kunnen aannemen dat Jezus (as) niet een oprechte Profeet (God verhoede) zou
zijn en dat hij simpelweg zou hebben gekopieerd vanuit het Oude Testament.
De overeenkomsten tussen de twee, geven een gemeenschappelijke
bron aan, dat is n echte God en de continuering van het monothesme, en niet
dat de latere Profeten allemaal gekopieerd hebben van de vorige Profeten.
Als iemand iets overschrijft tijdens een
examen, dan zou hij zeker niet aangeven dat hij het heeft gekopieerd van zijn
buurman of meneer xyz. Profeet Mohammed (saws) gaf veel respect en krediet aan alle vorige Profeten
(as). De Qoer'aan vermeldt ook diverse openbaringen
die zijn gegeven door God de Almachtige aan verschillende Profeten.
9. MOSLIMS GELOVEN IN DE TAURAH,
PSALMEN(ZABOOR), INJIEL (EVANGELIËN-BIJBEL) EN
DE QOER'AAN.
Vier openbaringen van Allah, staan met naam vermeld in de Qoer'aan: de Taurah, de Zaboor, de Injiel en de Qoer'aan.
Taurah, de openbaring die
is gegeven aan Moesa (as) (Mozes)
Zaboor, de openbaring die
is gegeven aan Dawood (as) (David)
Injiel, de openbaring die
is gegeven aan Isa (as) (Jezus)
'Al-Qoer'aan',
de laatste en finale openbaring die is gegeven aan de laatste en finale
Boodschapper Mohammed (saws).
Het is een onderdeel van het geloof voor elke Moslim om te
geloven in alle Profeten van God en in alle openbaringen van God. Maar, de
Bijbel van deze tijd, heeft de eerste vijf boeken van het Oude Testament
toegeschreven aan Mozes en de Psalmen worden
toegeschreven aan David. Bovendien, het Nieuwe
Testament of de vier Evangelin van het Nieuwe Testament zijn niet de Taurah, de Zaboor of de Injiel, waar de Qoer'aan naar
refereert. Deze boeken van de tegenwoordige Bijbel, bevatten gedeeltelijk het
woord van God, maar deze boeken zijn zeker niet de exacte, accurate en complete
openbaringen die zijn gegeven aan de Profeten.
De Qoer'aan presenteert al deze
verschillende profeten van Allah, als dat ze behoren tot eenzelfde broederschap.
Ze hadden allemaal dezelfde profetische missie en dezelfde basisboodschap.
Hierdoor kunnen de fundamentele leerstellingen van de grote religies elkaar
niet tegenspreken, zelfs al zat er een heel groot tijdbestek tussen de
verschillende profetische missies, want de bron van deze missies was n: God
de Almachtige, Allah. Dit is waarom de Qoer'aan zegt
dat de verschillen tussen de diverse religies niet de verantwoordelijkheid zijn
van de profeten, maar van de volgelingen van deze profeten, die een deel zijn
vergeten van wat ze hadden geleerd en bovendien de geschriften verkeerd
interpreteerden en veranderden. De Qoer'aan kan
daarom niet worden gezien als een geschrift die in strijd is met de
leerstellingen van Mozes, Jezus en andere profeten.
In tegendeel, het bevestigt, maakt compleet en voltooid de boodschappen die zij
naar hun volk brachten.
Een andere naam voor de Qoer'aan is de
'Furqan', dat betekent het
criterium om goed van slecht te onderscheiden. En het is op
basis van de Qoer'aan waarmee we kunnen ontcijferen
welke delen van de vroegere geschriften kunnen worden gezien als het woord van
God.
10.WETENSCHAPPELIJKE
VERGELIJKING TUSSEN DE QOER'AAN EN DE BIJBEL
Als je Bijbel en de Qoer'aan vluchtig door kijkt dan zou je diverse punten
kunnen vinden die exact hetzelfde lijken in beiden, maar wanneer je ze van
dichtbij analyseert, dan zou jij je realiseren dat er een groot verschil is
tussen hen. Alleen gebaseerd op historische details is het moeilijk voor iemand
die noch vertrouwd is met het christendom noch met de Islam, om te komen tot
een goede beslissing welke van de twee geschriften de waarheid is. Maar als je
de relevante passages uit beide geschriften zou verifiren met
wetenschappelijke kennis, dan zou je zelf de waarheid gaan realiseren.
a. Schepping van het Universum in zes dagen
Zoals, volgens de Bijbel, in het eerste boek van Genesis in
hoofdstuk n, het universum is geschapen in zes dagen en elke dag is
gedefinieerd als een 24-uurs periode. Alhoewel er ook
in de Qoer'aan staat vermeld dat het universum was
geschapen in zes 'Ayyaams', 'Ayyaam'
is het meervoud van yawm; dit woord heeft twee
betekenissen. De eerste, het betekent een standaard 24-uurs periode (een dag),
een ten tweede, betekent het ook een periode, stadium of tijdvak die een heel
lange periode beslaat. Wanneer de Qoer'aan vermeld
dat het universum is geschapen in zes 'Ayyaams', verwijst het naar de schepping van de hemelen en
de aarde in zes lange periodes of tijdvakken; wetenschappers hebben geen
probleem met deze verklaring. De schepping van het universum heeft biljoenen
jaren gekost, dat bewijst de fout of tegenstelling in het concept van de Bijbel, die zegt dat de schepping van het universum zes dagen van
24 uur in beslag nam.
b. De zon is
geschapen nadat de dag was geschapen.
De Bijbel zegt in hoofdstuk 1, verzen 3-5 van Genesis dat het
fenomeen dag en nacht was geschapen op de eerste dag van de schepping van het
universum door God. Het licht dat circuleert in het universum in een resultaat
van een ingewikkelde reactie in de sterren; deze sterren waren geschapen,
volgens de Bijbel (Genesis, hoofdstuk 1, vers 14 tot 19) op de vierde dag. Het
is onlogisch om te vermelden dat het resultaat, dat is het licht (het fenomeen
van dag en nacht) was geschapen op de eerste dag van de Schepping, terwijl de
oorzaak of bron van het licht drie dagen later was geschapen. Bovendien het
bestaan van de avond en de morgen als onderdelen van een dag is alleen maar
mogelijk, na de schepping van de aarde en zijn rotatie om de zon. In contrast
met de Bijbel, geeft de Qoer'aan geen
onwetenschappelijke feiten met betrekking tot de Schepping. Dus het is absoluut
absurd om te zeggen dat de Profeet Mohammed (saws) de passages met betrekking
tot de Schepping van het universum heeft gekopieerd uit de Bijbel, maar deze
onlogische en fantasievolle episode van de Bijbel over het hoofd heeft gezien.
c. De Schepping van de Zon, de Aarde en de
Maan.
Volgens de Bijbel, Boek van Genesis, hoofdstuk 1, vers 9 tot 13,
is de aarde geschapen op de derde dag, en zoals staat in de verzen 14 tot 19,
zijn de zon en de maan geschapen op de vierde dag. De aarde en de maan komen,
zoals we weten, voort uit hun originele ster, de Zon. Dus om de schepping van
de zon en de maan na de schepping van de aarde te plaatsten is tegenstrijdig
met het vastgestelde (bewezen) idee van de formatie van het zonnestelsel.
d. De Vegetatie (plantengroei) is geschapen op de derde dag
en de Zon op de vierde dag.
Volgens de Bijbel, Boek van Genesis, hoofdstuk 1, verzen 11-13,
is de vegetatie geschapen op de derde dag samen met de grassen, planten en
bomen; en verder in de verzen 14-19, staat dat de zon is geschapen op de vierde
dag. Hoe is het wetenschappelijk mogelijk voor vegetatie om te verschijnen,
zonder de aanwezigheid van de zon (zoals staat in de Bijbel).
Als de Profeet Mohammed (saws)
inderdaad de schrijver was van de Qoer'aan en deze
heeft gekopieerd van de Bijbel, hoe kreeg hij het dan voor elkaar om de
feitelijke fouten die de Bijbel heeft te ontwijken. De Qoer'aan
bevat geen enkele verklaring die tegenstrijdig is met wetenschappelijke feiten.
e. De Zon en de Maan zenden beiden licht uit.
Volgens de Bijbel stralen zowel de zon als de maan hun eigen
licht uit. In het Boek van Genesis, hoofdstuk 1, vers 16, wordt gezegd,"God dan
maakte die twee grote lichten; dat grote licht tot heerschappij des daags, en
dat kleine licht tot heerschappij des nachts; ook de
sterren."
De wetenschap verteld ons vandaag de dag dat de maan niet zijn
eigen licht heeft. Dat bevestigt het Qoer'anische
concept, dat het licht van de maan een reflecterend licht is. Om te denken dat
1400 jaar geleden, de Profeet Mohammed (saws) deze
wetenschappelijke feiten in de Bijbel corrigeerde, en daarna zulke
gecorrigeerde passages overnam in de Qoer'aan, is het
denken aan iets wat onmogelijk is.
11.ADAM (AS), DE
EERSTE MAN OP DE AARDE, LEEFDE 5800 JAAR GELEDEN.
Volgens de stamboom van Jezus Christus (as), die wordt
weergegeven in de Bijbel, van Jezus door Abraham (as) tot de eerste man op de
aarde (Adam, as), verscheen Adam ongeveer 5800 jaar geleden op de aarde:
i. 1948
jaar tussen Adam (as) en Abraham (as)
ii. Ongeveer 1800 jaar tussen Abraham (as) en
Jezus (as)
iii. 2000 jaar vanaf Jezus (as) tot vandaag de
dag.
Deze getallen worden nog verder verward, door het feit dat de
Joodse kalender nu ongeveer 5800 jaar oud is.
Er is genoeg bewijs van archeologen en anthropologische
bronnen om aan te nemen dat de eerste mens reeds
tienduizenden jaren geleden op de aarde aanwezig was, en niet 5800 jaar
geleden, zoals wordt gezegd in de Bijbel.
De Qoer'aan spreekt ook over Adam (as)
als zijnde de eerste mens op de aarde, maar het geeft geen enkele datum of
periode van zijn leven op de aarde - in tegenstelling tot de Bijbel. Wat de
Bijbel zegt met betrekking tot dit onderwerp is totaal tegenstrijdig met de
wetenschap.
12.NOAH (AS) EN DE
VLOED
De Bijbelse beschrijving van de vloed, in Genesis hoofdstuk 6, 7
en 8, indiceert dat de overstroming universeel was en alles wat op de aarde
leefde vernietigde, behalve degenen die met Noah (as)
in de de ark waren. De beschrijving suggereert dat de
vloed plaats vond, ongeveer 1656 jaar na de schepping van Adam (as), of 292
jaar voor de geboorte van Abraham (as), Noah was
destijds 600 jaar oud. Dus de vloed kan hebben plaatsgevonden in de 21ste
of 22ste eeuw voor Christus.
Het verhaal van de vloed, zoals het wordt
verteld in Bijbel, spreekt het wetenschappelijke bewijs van archeologische
bronnen tegen, die aangeven dat de 11de dynastie in Egypte en de
derde dynastie in Babyloni bestonden zonder enige
onderbreking in de samenleving en op een manier die totaal niet was geraakt
door een grote calamiteit, die zou hebben plaatsgevonden in de 21ste
eeuw voor Christus. Dit spreekt het Bijbelse verhaal tegen dat
de gehele wereld onder water heeft gestaan.
In tegenstelling hiermee, spreekt de Qoer'anische
versie van het verhaal van de vloed van Noah (as)
geen wetenschappelijke feiten of archeologische data tegen; ten eerste, de Qoer'aan geeft geen specifieke
data of jaar aan waarop het zou moeten hebben plaatsgevonden, en ten tweede,
volgens de Qoer'aan was de vloed geen universeel
gebeuren, dat het gehele leven op de aarde vernietigde. Het is zelfs zo dat de Qoer'aan specifiek aangeeft dat de vloed een lokaal
gebeuren was, waar alleen het volk van Noah (as) bij
betrokken was.
Het is onlogisch om aan te nemen dat de Profeet Mohammed (saws), het verhaal van Noah heeft
geleend van de Bijbel en vervolgens de fouten corrigeerde, voordat hij het in
de Qoer'aan vermeldde.
13. HET VERHAAL VAN MOZES (AS) EN FARAO OVER DE UITTOCHT
Het verhaal van Mozes (as) en de Farao
lijken veel op elkaar in de Qoer'aan en de Bijbel.
Beide geschriften zijn het eens dat Farao verdronk toen hij Mozes
(as) achtervolgde, terwijl hij (Mozes, as) de Isralieten
door de zee leidde, die voor hen opzij ging. De Qoer'aan
geeft een extra stuk informatie in Surah Yunus, hoofdstuk 10, vers 92:
"En op deze dag redden Wij jouw lichaam, opdat jij een Teken
zult zijn voor hen die na jou komen. En voorwaar, velen van de mensen zijn
achteloos tegenover Onze Tekenen." [Qoer'aan
10:92]
Dr. Maurice Bucaille
bewees, na een grondig onderzoek dat, alhoewel Rameses II bekend stond dat hij de Israelieten
vervolgde volgens de Bijbel, hij stierf terwijl Mozes
(as) zijn toevlucht zocht in Median. Zijn zoon Merneptah, die hem opvolgde als Faraoh
verdronk gedurende de uitdrijving van de Isralieten. In 1898, is het
gemummificeerde lichaam van Merneptah gevonden in de
vallei van de Koningen in Egypte. In 1975, kreeg Dr. Maurice
Bucaille, samen met andere doktoren toestemming om de
Mummie van Merneptah te onderzoeken. De bevindingen
bewezen dat Merneptah waarschijnlijk is gestorven
door verdrinking of een grote shock die onmiddellijk is voorafgegaan aan het
moment van verdrinking. Dus het Qoer'anische vers,
dat Ze zijn lichaam zouden redden als een teken, is uitgekomen doordat het
lichaam van de Farao is bewaard in de Royal Mummies Chamber in het Egyptische Museum in Cairo.
Het vers van de Qoer'aan leidde ertoe
dat Dr. Maurice Bucaille,
die toen een Christen was, de Qoer'aan ging besturen.
Hij schreef later een boek 'De Bijbel, de Qoer'aan en
Wetenschap', en gaf toe dat de Auteur van de Qoer'aan
niemand anders kan zijn dan God Zelf. Dus hij omarmde de Islam en werd een
Moslim.
14. DE QOER'AAN IS EEN BOEK VAN ALLAH
Deze bewijzen zouden voldoende moeten zijn
om te concluderen dat de Qoer'aan niet is gekopieerd
van de Bijbel, maar dat de Qoer'aan de Furqaan is 'het Criterium', waarmee goed van slecht kan
worden onderscheiden en het zou moeten worden gebruikt om te ontcijferen van
welk deel van de Bijbel mag worden aangenomen dat het het
woord van God is.
De Qoer'aan zelf getuigt in Surah Sajda, hoofdstuk 32, vers 1
tot 3
"Alif Laam Meem. De neerzending van het Boek, waaraan geen twijfel is, is van de
Heer der Werelden. Zij zeggen zelfs:'Hij (Mohammed) heeft hem verzonnen"
Nee! Het is de Waarheid van jouw Heer, zodat jij een volk waarschuwt, tot wie
voor jou geen waarschuwer is gekomen. Hopelijk zullen zij Leiding volgen."
[Qoer'aan 32:1-3]
|